Wanbeleid vastgesteld: recht op schadevergoeding?

Wanbeleid vastgesteld: recht op schadevergoeding?

De enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer

Op 2 november 2015[1] heeft de Ondernemingskamer in een uitspraak vastgesteld dat er bij Meavita sprake was van wanbeleid. Dit betekent niet dat het bestuur direct schadeplichtig is. Maar hoe werkt dat nu eigenlijk precies?

De Ondernemingskamer doet onderzoek naar wanbeleid. Een dergelijk onderzoek begint door het indienen van een verzoekschrift bij de Ondernemingskamer. Dat kan echter niet iedereen. Een verzoekschrift kan worden ingediend door eenieder die 10% van het geplaatste kapitaal van een BV vertegenwoordigt, of € 225.000 in bezit heeft in aandelen of certificaten.

Voordat een verzoekschrift kan worden ingediend, moet de verzoeker eerst zijn bezwaren aan het bestuur zelf kenbaar maken. Naar aanleiding daarvan heeft het bestuur de mogelijkheid om de bezwaren weg te nemen, voordat de enquêteprocedure wordt gestart.

Nadat het verzoekschrift is ingediend start het onderzoek naar wanbeleid. Of er door het bestuur een onjuist beleid gevoerd is, hangt af van specifieke omstandigheden. Bij Meavita heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat het bestuur wanbeleid heeft gepleegd doordat (onder andere) een fusie niet goed was uitgewerkt en daarbij grote risico’s genomen zijn.

Met het vaststellen van wanbeleid door de Ondernemingskamer, staat niet vast dat ook aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Daarvoor dient een aansprakelijkheidsprocedure tegen het bestuur te worden opgestart, waarbij vastgesteld moet worden dat het bestuur haar taak onbehoorlijk heeft vervuld. Daarvoor dient het bestuur een ernstig verwijt gemaakt kunnen worden.

De vaststelling van wanbeleid door de Ondernemingskamer kan deze aansprakelijkheidsprocedure wel makkelijker maken. De rechtbank mag namelijk wel enige bewijskracht aan het vastgestelde wanbeleid toekennen. Dat wil zeggen dat de rechtbank voorshands bewezen kan achten dat het bestuur haar taak niet naar behoren heeft vervuld. Het bestuur zal daar tegenbewijs tegen moeten leveren.

Geconcludeerd kan dus worden dat een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer niet direct leidt tot schadeplichtigheid van het desbetreffende bestuur. De conclusie van de Ondernemingskamer dat er sprake is van wanbeleid heeft wel invloed op de daarop volgende aansprakelijkheidsprocedure en zal het het bestuur doorgaans moeilijk maken.

[1] Gerechtshof Amsterdam,  2 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4454.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.