Op welke termijn heb ik recht op kosten voor het aanmanen van debiteuren?

Op welke termijn heb ik recht op kosten voor het aanmanen van debiteuren?

De ‘veertiendagentermijn’ in art. 6:96 lid 6 BW voor opeisbaarheid buitengerechtelijke incassokosten nader toegelicht

Stel dat een van je klanten jouw facturen onbetaald laat en niets meer van zich laat horen. Er komt een moment waarop je besluit dat daar actie op moet worden ondernomen en de wanbetalende klant als debiteur geldt. Opties zijn om deze facturen ter inning over te dragen aan een incassobureau of deze debiteur zelf daarvoor aan te schrijven.

Hoe het ook zij, kosten zullen altijd moeten worden gemaakt. Zo zal bijvoorbeeld een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie of kadaster of Kamer van Koophandel moeten worden opgevraagd en zal het incassobureau of de uitvoerende werknemer moeten worden betaald.

In de wet is een mogelijkheid opgenomen om (een deel van) die kosten vergoed te krijgen van de wanbetalende debiteur. Voor consumenten gelden percentages afhankelijk van de hoogte van de vordering met een minimum van € 40,-. Dit zijn de zogenaamde buitengerechtelijke incassokosten.

Je hebt pas recht op deze kosten als de wanbetalende debiteur eerst in de gelegenheid is gesteld om zonder extra kosten de vordering te voldoen. Daarvoor zul je eerst de zogenoemde ‘veertiendagenbrief’ moeten versturen. Sinds een tweetal uitspraken van het Hof Den Haag[1] geldt dat deze termijn pas mag gaan lopen na de dag waarop de debiteur de brief heeft ontvangen. Termijnen als ‘betaling binnen veertien dagen na heden’ etc. zijn dus te kort. In zo’n geval is de kans groot dat een rechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afwijst. Dat een debiteur niet of pas veel later zou gaan betalen maakt dit niet anders. Aldus het Hof Den Haag.

Bovenstaande zorgt in de praktijk wel eens voor problemen. Voornamelijk de vraag wie moet bewijzen wanneer de ‘veertiendagenbrief’ nu is ontvangen en of een te korte termijn inderdaad zo ver gaat dat er helemaal geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn. Reden waarom de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland[2] het tijd vond om aan de Hoge Raad daar prejudiciële vragen over te stellen. Duidelijkheid omtrent deze termijn en de gevolgen daarvan wordt dus vervolgd. Zie daarvoor de nieuwe blog.

Tip!: Voor in de toekomst is mijn advies om in de brief op te nemen dat een debiteur binnen veertien dagen na ontvangst of binnen een ruimere termijn van bijvoorbeeld drie weken moet betalen. Dit kunnen wij tegen een gunstig (al dan niet gelijk aan buitengerechtelijke incassokosten) tarief verzorgen.

[1] Hof Den Haag 21 april 2015 (ECLI:NL:GHDHA:2015:813) en Hof Den Haag 7 juli 2015 (ECLI:NL:GHDHA:2015:1896).

[2] Rb Midden-Nederland 23 maart 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:1575).

Nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op!